Stempelpunt 221 / Jungfernklippe

De Jungfernklippe (660 m boven zeeniveau) ligt ten zuidwesten van de Dehnenkopf (775 m boven zeeniveau) en boven het Kellwassertal aan een bosweg, die ook de grens van het nationale park markeert.

De klif op zich is niet spec­ta­cu­lair, maar een paar hon­derd meter ver­der­op, onder de Jung­fern­klip­pe bij de Bloch­schlei­fe, kun je ont­dek­ken wat nu het begin van de Damm­gra­ben is.

Al in het mid­den van de 17e eeuw rea­li­seer­de men zich dat het water rond Claust­hal-Zel­ler­feld niet meer vol­doen­de was voor de mij­nen op het pla­teau van Claust­hal. De mijn­au­to­ri­teit ont­wik­kel­de daar­om een plan om het “ver­re water van de Bruch­berg en Broc­ken­feld” aan te voe­ren door een “lan­ge sloot” te bou­wen. De eer­ste werk­zaam­he­den aan de Mön­ch­stal water­loop begon­nen in 1659 en ein­dig­den in 1827 met de omlei­ding bij de Blochschleife. 

De Jung­fern­klip­pe is het gemak­ke­lijkst te berei­ken van­af de klei­ne par­keer­plaats “Ulmer Weg”, die direct aan de B 4 ligt, onge­veer 1 km onder de gro­te par­keer­plaats bij Torf­haus. Aan de over­kant van de weg begin­nen twee bre­de bos­we­gen met grind, waar­van de lin­ker grind­weg licht berg­af­waarts naar de Jung­fern­klip­pe leidt, op onge­veer 2 km afstand. 

Het stem­pel­punt kan ook wor­den bena­derd van­uit de rich­ting Torf­haus. Par­keer onder de Lerchen­köp­fe, steek de weg over en volg het Kel­l­was­ser rond de Dehnen­kopf gedu­ren­de 1,5 km. 

Silhouet van bomen en heuvels bij nacht