De Volkmarskeller is een karstgrot ten westen van Blankenburg boven de Klostergrund, op ongeveer 4 km van klooster Michaelstein HWN 59.

De grot zou in 950 zijn gekoloniseerd door een kluizenaar met de naam Volkmar. Zijn volgelingen, de gebroeders Volkmar, sloten zich later aan bij de cisterciënzers, die zich in 1098 hadden afgescheiden van de benedictijner orde.
Het waren deze cisterciënzers die in de 12e eeuw een klein klooster boven de grot bouwden, dat ze “Michaelstein” noemden naar hun beschermheilige. De grot werd toen ook omgebouwd tot een grotkerk. Korte tijd later werd het klooster echter verplaatst naar de huidige locatie aan het begin van het kloosterterrein.
De grot werd opgegraven door Baurat Brinkmann in 1884–87. De grot was al opgevuld zodat je er alleen kruipend in kon. Er werd nog oud mortelpleister op de muren gevonden en de skeletten van 3 volwassenen en 3 kinderen werden voor een stenen altaarplint gevonden. Bij de zuidelijke ingang herinneren 2 gebeeldhouwde wijdingskruisen en een in de rots uitgehouwen nis aan de vroegere heilige functie.
Het startpunt is de parkeerplaats bij klooster Michaelstein, vanwaar je naar de derde kloostervijver loopt, waar de HWN 59 Klostergrund Michaelstein ligt.
Volg vanaf daar het bewegwijzerde pad naar de Volkmarskeller, langs het gedenkteken voor de mijnwerkers van de Volkmar mijn die omkwamen bij een explosie in 1893. Het stempelpunt ligt direct aan het wandelpad naast een informatiebord. De grot zelf is te bereiken via een smal pad ongeveer 30 meter links van het stempelhokje.
